donderdag 11 februari 2016

Dichtwerk op maat bij beeld 'voorbeeldige bloem' van Etienne Desmet.


















Drie golven verlaten jasmijn
En krullen rond m’n hart,

Waar ‘t blank hunner schijn
Tot een kwartsmist verhardt,

Die mij hoedt voor de dagen
Van doornen en kalmus, 

Eer ze mij zullen belagen,
En ik hen in schoonheid kus.


dinsdag 26 januari 2016

Dichtwerk op maat bij beeld van Barbara Nanning.





















Ontsproten uit aarde zijn borst
Neem ‘k een weelderig figuur aan,

Dat de moed van duizend zielen torst,
Wassend door de wereldse waan

Brandt mijn minzaam de woestenij -
Als git zich door m’n wieren vlecht

Doof ik ‘t gekrijs benee ‘t hemeltij,
Waar de heilige zijn godsvuur aflegt.

vrijdag 1 januari 2016

Gedicht bij beeld Self-Portrait van Bert van Loo.


















Ontwaar ‘t gelaat,
Moede verhuld
Heeft ’s werelds zeer
Zich hier gevonden;

Van wit agaat
Deel ik m’n schuld
En bloed ik temeer
Uit leliewonden -

Waar de beek vaker,  
Weg van ‘t hoofd,
Toch klimmen kan
Over heuvel’s pijn,

Bewijst de maker,
Van gewas beroofd,
Dat deze man
Z’n portret kan zijn.

dinsdag 1 december 2015

Vers bij beeld van Michiel Hendryckx.















Najaarsbast ademt uw silhouet
En zie de broeders te velde gaan,
Op Pan zijn borst lijk ik ingebed
In de reukwolken van de galigaan
Schetst zon me tegen ‘t aangezicht,
Wiens huid mij nader gestalte biedt,
Tussen slierten van lover opgelicht
Vangt ‘t oog wat de eeuwigheid ziet.

zondag 1 november 2015

Dichtwerk op maat bij het schilderij 'Zelfvertrouwen' van Wim Van Aalst.





















Soeverein is mijn stand,
Welke ootmoed overmant,

Waarbij de houten vlecht
M’n twee bodes ontknecht,

Rust het gevederde kompas
Op vlerken van witsteenas,

Die mij tot slot als vorstin
In ’t geloof laten dat ik min.

zondag 11 oktober 2015

Dichtwerk op maat bij het gelijknamig beeld 'Pierced Stream' van Johan Tahon.






















Thans toon ik hier mijn gelaat,
Gekneusde stronk, waarin ‘t mom
Het geraamte zijner natuur verlaat
En vergroeit met eeuw’ge wasdom;

Zie ik tegen het diepste beneden
Bladeren uit des mensens mond
Die walsen, zo het litteken kneden,
Bij elk sterven dat z’n ure verkondt.

zondag 4 oktober 2015

Gedicht

Zeemeermin


Alweder bracht ik je naam naar voren,
Terwijl de boot een andere kant uitvoer
Sloeg wind de zeilen en voorbij de toren
Verloor men greep op ‘t balsturige roer.
En van land reisden wij verder heen,
Noch kon er iemand het anker slaan
Aan steen of hoop die allengs verdween
Uit alle ooghoeken van de oceaan.
En toen milderde ik je naam en sprak:
‘O lieden, wees niet meer in vrees.’
Ik borg haar behoedzaam eer een wrak
Ons omarmde en weder de zeilen hees.
En op vleugelloze wateren konden we varen
Tot ik met dromende lippen ‘t anker liet,
Zag ik benee de romp nog je rug en haren
Dieper fladderen in een meerminnenlied.