zondag 10 oktober 2021

Minnebrief: Aan mijn allermooiste Meisje.

Mijn allermooiste Meisje,

ik moet mijn pen aanwenden om jou te schrijven hoe ravissant je was laatste dagen. Met alle graagte spiegel ik jou aan een mandir - fraai voor het oog, doch nog bevalliger binnenin. In een eigen bereid verhaaltje van ons brengt jouw voortreffelijke mond veelal te berde dat ik een faun ben. Mijn lieve Meisje, een faun kon zijn affectie neervlijen op de huid van een nimf, een halfgodin. Jij bewaarheidt elke hoedanigheid van een godin, een oppergodin, zo je wil. Praat niet langer over scheurtjes of barstjes die verschijnen wanneer je heel even menselijk bent, doch over schaduwen van praalboeketten of milde grondmisten die ten hemele stijgen wanneer zon daagt. Jouw persoon is bovennatuurlijk, ontroerend schoon en voor elk kunstenaar het onderwerp van zijn ziel dat hij wil, doch niet kan verwerkelijken. Ik kniel op ontvleesde knie, vergeve me mijn armlastige woorden - ik zal nimmer in staat zijn om jou te bezingen met de vocalen die jou recht aandoen. Jouw naam blijft gebeiteld in mijn hart, jouw verschijning geschilderd door mijn geest en jouw psyche beschreven op mijn beenderen. Zonder jou zal geen bloem ooit nog naar vreugd geuren.

Jou immer toegedaan,

je Rob Van de Zande

maandag 27 september 2021

Sonnet 'Krijgersmoed' uit nieuw manuscript.


Hoe bevallig je lijfje ook moge wezen,

Hoe glanzend ook jouw huid van fluweel,

Steevast vallen zij mij ten deel:

De stonden die ik daags moet vrezen.

 

Het voorjaar nam jou in zijn armen

En hulde jou in het zachtste licht,

Waarna hij voor zomer had gezwicht,

Doch die deed jou met augustus verwarmen.

 

‘t Zwervend blad zal jou meelij geven

En later jouw gestel van kou doen beven,

Eens winter vlokjes aan het fladderen doet.

 

Doch heb geen vrees, ik zal je prille figuur

Zowel bewaken bij vuur als het najaarsuur,

Telkenmale met verse krijgersmoed. 

maandag 13 september 2021

Liefdesbrief: Aan mijn liefste Meisje.

Mijn liefste Meisje,

er rest ons nog één avondval vooraleer we mekaar terug in onze liefste armen kunnen sluiten. Ik tel letterlijk elke loden slag van meester klok. Acht je het ook mogelijk dat hij, ondanks zijn wrede getik, thans moeizamer arbeidt dan tevoren? Hoe het ook zij, hij schrijdt voorwaarts en dat is nu van het grootste belang. Mijn Meisje, je moest eens weten hoe ik verlang om jouw lijfje van witte kalksteen te strelen en jouw sneeuwwitte hals te bedrukken met tere kussen en al deze zoete daden te beklinken met vurige liefderij. Het is welhaast een van mijn grootste wensen. Jou zien, voelen en bij jou samen zijn doen de vijf klassieke elementen samensmelten. Jou omhelzen spiegel ik gaarne aan Vuur. Als we tezamen zijn brengt Aarde - ofschoon het haar taak niet is - bloeisel van een uiterst aardige soort voort. De liefde die ons dan omringt fluistert door Lucht de liefste woordjes, waarna Water ontroering doet druppelen uit onze ogen. En Ether, als laatste element, verweeft onze met smacht gevulde adem door elkaar. Het is maar een flauwe afspiegeling, doch tot meer rijkdom is mijn pen voorlopig niet in staat. Allerliefste, het is mijn tijd. Vergeef me als deze armelijke brief jouw nimbus doet smelten tot een hoopje schaduw. Bij rijkere woorden zal de krans stralen opwerpen en zal jouw aanschijn, zoals het bij heiligen hoort, de eeuwigheid tegemoet gaan. Voorgoed de jouwe,
je Rob Van de Zande


zondag 22 augustus 2021

Liefdesbrief: Aan mijn lief Meisje.

Mijn lief Meisje,

terwijl ik me tot deze brief richt werp ik nu en dan steelse blikken naar de gaard. Kon jij maar even zien hoe een zilverberk wordt bedekt met de gloed der ochtendraad. Volstrekt wondermooi. Bijkans een reflectie van jouw blanke lelielijfje tegen mijn onbehouwen gestel. Schenk me enige kwijtschelding wanneer de ene zin al wat slanker oogt dan de andere - ik ben maar een kluns, die zich bij tijd en wijle op een vers durft te storten. In de gedaante van een volwaardig dichter zal ik me nimmer kunnen bewegen. Daarvoor is mijn pen te mollig van punt en mijn geest te doorweekt van onkunde. Ik ontwaar wel het uitgebloeide heelal en de pralende schatten die in de schoot van Moeder Natuur een volmaakte oogst hebben gevonden, doch om die dan gunstig op rijm te verklanken tot een wingerd van inkt, neen, aan zulks kan ik geen uitkomst geven. Wat gaarne zou ik maar mijn liefde voor jou laten walsen door zinnen die als slotsom een gedicht baren. Dit moet uiterst aardig zijn. Thans moet ik het stellen met een schrijfsel dat jij hopelijk ietwat kan waarderen. Het is mijn tijd. Zoals ik tevoren al schreef, gelieve me enige of desnoods alle kwijtschelding te schenken als dit voortbrengsel het blauw in jouw ogen heeft doen verstenen tot een halfslachtige mineraal.                  

De jouwe altijd, je Rob Van de Zande 




maandag 9 augustus 2021

Liefdesbrief: Aan mijn allerbekoorlijkste Meisje

 Mijn allerbekoorlijkste Meisje,

was vandaag jou aardig gezind of speelde het, net als bij mij, een spel waarin het geduld op de proef werd gesteld? Ik kan het hevige gemis aan jou met geen macht bestrijden. Telkenmale Het een duel met me aangaat ga ik ten onder als verliezende partij. Godsjammerlijk zulk lot beschoren te zijn. Wellicht brengt bode Toekomst me goed nieuws en zal ik geen mijlen meer van jou verwijderd zijn. Mijn gezondheid laat het alvast toe. Ik zag vandaag bij toeval een aardigste hondsroos. Zij verkeerde in volle bloei en was lieflijk omringd door toermalijnen in bladvorm. Terstond gingen mijn gedachten uit naar jou. Hoe markant dat jullie soortgelijke trekken deelden. Ik heb ze wel drie vlinders lang in bewondering genomen. Bevallig meisje, zullen wij morgen weder een lange wandeling maken en bij tijd en wijle halt houden om elkanders lippen te bedrukken met zachte zoenerij? Zullen we de straten plaveien met schreden die enkel kussen nalaten in plaats van voetafdrukken? Zulks lijkt vrijwel een droom. Alsof de bronnimf terug bij haar bron kon leven nadat ze van een geschil met Apollo had gewonnen. Zo onwerkelijk schijnt me dit. Toen ik bericht van jou kreeg dat je leed aan pijnen in het hoofd werd ik onwel. Ik dacht dat pijn slechts aards was en geen hemeling als jou kon treffen. Laat me hoog woord hebben met een der goden - ik wijs Hem erop dat ik zoiets niet duld. Voor ik slapen ga bid ik tot hierboven. Nyx zal een allerzachtst bed voor jou weven komende nacht waarin je in een diepe slaap kan zinken. Het is mijn tijd. Schenk vergiffenis aan de letteren die jouw oogleden hebben verzwaard.

Jou te allen tijde zeer toegewijd,

je Rob

 

donderdag 22 juli 2021

Liefdesbrief: Aan mijn lieve Meisje.


Mijn lieve Meisje,

bij dezen geef ik alvast excuus, daar ik weet dat jouw ogenpaar letteren van betere komaf verdienen. Ik zal pogen de meest elegante pen te hanteren. Als vermoeienis jou toch in de geest daagt, vergeve me. De ijzeren hand van Gemis heeft me vandaag niet ontzien. Het heeft me hardhandig aangepakt en mijn hart genadeloos laten lijden. Hopelijk is Het me morgen zachter gezind. Ik heb slechts lief, maar dat in de hoogste mate. Wordt elke liefdenaar pur sang daarop afgerekend? Of degen ik alleen tegen iets dat geen bloed draagt en geen vormen aanneemt? Tegen zulke lucide dader zal ik nimmer triomferen. Hij is me gewoon te krachtig van daad. Meisje, ik wens dat jij betere tijden kent. Uren zonder pijn, vlagen zonder smart. Misschien is jouw goddelijkheid wel tegen zulks bestand en is elke zorg overbodig. Laat ik het van ganser harte hopen. Het is mijn tijd. Anders wordt dit een elegie en dat heb ik mezelf verboden. Weet dat je verankerd bent aan mijn gedachten. Zonder jou kan ik niet bestaan.

Jou overal en altijd toegenegen, je Rob


maandag 14 juni 2021

Opnieuw bekeken: Voor ***

 

Noteer het thans, melieve, dat ik jou min,

Alvorens je verdwijnt in een mistig spoor;

Zo beperk je schade op mijn gewetenszin

En gaat geen geestbui of hartsnik teloor.

 

Noteer het hier, onder jouw prille huid,

Want het harte is wat jou zekerheid biedt,

Als booswicht Twijfel zijn klepele luidt

En jouw denkkist met z’n klank overgiet.

 

En noteer het diep, in jouw geheugen,

Want als de herinnering me heeft gekeeld,

Blijf je me toch in een verleden heugen,

Als mijn doodstof jouw litteken streelt.

 

Zowel thans als hier, dat ieder ’t lezen kan,

Noteer: Ik was zijn vrouw en hij mijn man.