donderdag 14 april 2016

Dichtwerk op maat bij schilderij van Ans Markus.




















Aanschouw de rozenbogen,
Daar zij hun fleur verzwijgen;

Over wat niet is voorgelogen
Wordt gedicht met mirtetwijgen

En ofschoon de ogen verhalen,
Als helle parels van leien tint,

Toch laat ’t aanschijn de kralen:
Een raadsel dat elkeen verblindt. 

donderdag 31 maart 2016

Dichtwerk op maat bij eric vande Pitte's 'Jeune fille à Londres'.




















Op een der weilanden overzee
Wiegde zon ‘t anker naar benee

Om alles wat de veenrook bewoog
Te beschilderen met h’r gouden oog,

Dat de lenteknop, rijk aan jeugd,
Deed barsten en in enige vreugd’

Liet de muze ginds haar evenbeeld   
Op ’t reukwerk dat zij had gepenseeld.

dinsdag 1 maart 2016

Schilderwerk op maat van Sonja Michiels bij het vers 'Meander Amoris'.





















In het eden ontspringen drie rivieren
Met elkeen hun voordeligste vloed:
De eerste doet jouw praal zegevieren,
En watert met kroon Iduna tegemoet.
De volgende rivier, vertelt mijn naam,     
Licht kabbelend over leem en rots;
En de laatste mengt jou en mij tesaam -
Liefde stelend van het zachte geklots.

donderdag 11 februari 2016

Dichtwerk op maat bij beeld 'voorbeeldige bloem' van Etienne Desmet.


















Drie golven verlaten jasmijn
En krullen rond m’n hart,

Waar ‘t blank hunner schijn
Tot een kwartsmist verhardt,

Die mij hoedt voor de dagen
Van doornen en kalmus, 

Eer ze mij zullen belagen,
En ik hen in schoonheid kus.


dinsdag 26 januari 2016

Dichtwerk op maat bij beeld van Barbara Nanning.





















Ontsproten uit aarde zijn borst
Neem ‘k een weelderig figuur aan,

Dat de moed van duizend zielen torst,
Wassend door de wereldse waan

Brandt mijn minzaam de woestenij -
Als git zich door m’n wieren vlecht

Doof ik ‘t gekrijs benee ‘t hemeltij,
Waar de heilige zijn godsvuur aflegt.

vrijdag 1 januari 2016

Gedicht bij beeld Self-Portrait van Bert van Loo.


















Ontwaar ‘t gelaat,
Moede verhuld
Heeft ’s werelds zeer
Zich hier gevonden;

Van wit agaat
Deel ik m’n schuld
En bloed ik temeer
Uit leliewonden -

Waar de beek vaker,  
Weg van ‘t hoofd,
Toch klimmen kan
Over heuvel’s pijn,

Bewijst de maker,
Van gewas beroofd,
Dat deze man
Z’n portret kan zijn.