zondag 19 februari 2017

Vers op maat bij een zelfportret van Annemarie Busschers.





















‘t Penseel heeft me weder ten gehoore gebracht:
Gesluierd in de stemmen uit een najaarsdracht
Zat ik op de vleuglen van ‘n ontwortelde passaat,
Die 't doek hier onvervalst met m’n portret beslaat.

vrijdag 10 februari 2017

Vers op maat bij een schilderwerk 'Boy of sorrows' van Ronald Ophuis.





















Alhier plengen paarlen nooit
En wordt de scharlaken huid
Rond mijn karkas niet ontdooid
Of valt zij aan vree ten buit.

Ja, 't is immer een zuivre nood
De veldslag niet te bevechten,
Want de jongen in mij is gedood,
Doch spijt zal 'm nooit knechten.

woensdag 1 februari 2017

Dichtwerk op maat bij beeld 'Half a beauty' van Judith Wiersema.
















Verscheurd oogt mijn gestel,
Ofschoon ik gelijk één geheel
Eenieders oogopslag vertel:
Mij valt geen breuk ten deel.

‘t Is alleenlijk een waterwind,
Vloeiend van ‘t zwarte der Taag,
Die ’t antwoord om mij windt
En om de andre kant de vraag.

woensdag 25 januari 2017

Dichtstuk op maat bij werk van Reinoud van Vught.





















Niet in ballingschap leeven wij,
Terwijl we benee ‘t wonder Gods:
‘t Vreugdeblauw tussen de vallei,
Prevelend in stroomen over rots,
Verrijken met blossen en fleuren -
Nauw-verstrengeld dartelen we vrij,
Waarbij onze gedaantes kleuren
Boven de bedding h’r vloed voorbij.

donderdag 19 januari 2017

Vers op maat bij creatie van ontwerper Ted Noten.
















Nee, het is allerminst een waan -
Weelde heeft ’t doffre mijner hoofd
Niet in een schemer laten vergaan
En zon d'r wijzer van polsslag geroofd,
Want bedolven onder wassen bloemen
Duur ik voort in een gestaage smuk,
Welke zich tot puiksier laat noemen
Daar ‘k telkenmale alle gloorie pluk.

donderdag 12 januari 2017

Vers op maat bij schilderwerk van Natasja Kensmil.





















Uit den zwoelen duister laat ze me praalen
Al schijnt m’n contour liever klaar van grond,
Welke zich in een timbre diep laat vertaalen
Als ‘n woudsier die glans voor den vijver vond.

En zo blijf ‘k in witwaad dat door haar handen,
En omkranst door wenken van een serafijn,
Zichzelve nimmermeer zal zien opbranden
Voor ’t oog mijner vormer: In verre traanen pijn.

dinsdag 3 januari 2017

Dichtwerk op maat bij foto van Candy Dulfer.


Foto: Patricia Steur


















Als aan ’n loden scheemer onttrokken,
Ver van neevlen en onwelluidendheid
Giet een cascade het water in lokken,
Waar Zon h’r gloor op ‘t onvergane vlijt

En hoezeer den dagkou verstenen doet
Of alles maalen kan tot het immre zand,
Luidt ze de koopren zwaan haar gloed,
Rijmend over heuvlen, het slijk en ‘t land.