woensdag 30 november 2016

Vers op maat bij Nicolas Dings' Time Out.





















Mij verglijdt een marmren plooi
En ‘t maalsel van tulp en kristal
Bekleedt mij niet met zijn getooi,
Dat het leven aan zich slijten zal;
En mede het graf is mij te breed,
Alleen ‘n nagalm van zwart agaat
Sluiert zich om het grauwge leed,
Als Tijd mij in zijn klauwen slaat. 

maandag 21 november 2016

Dichtstuk op maat bij een zelfportret van Erwin Olaf.




















Het weerschijnsel schenkt den leest
Van deez’ pelgrim welke nimmer vreest

Hoe het tijdskruid hem ter lijve snelt
Of de blom kwelt op zijn lichaamsveld,

Want in het fraaie, omkranste gewaad,
Dat noch vreugd, noch smart verraadt

Herleeft de heilige hoe de ketter ‘m ziet:
Met engelstof wit en Bozebloed van graniet.

dinsdag 15 november 2016

Dichtwerk op maat bij fragment uit 'Verbinding' van Elise van der Linden.
















Stonden kronkende voort
En ’t ure der zonnen zacht
Heeft zich aan ‘t éénge oord
Van helle zwemen verpacht,

En ofschoon iedre kommer
Vliedt door spriet van roet,
Blijft de heideplas ‘t lommer
Als moeder h’r kindren zoet.

donderdag 10 november 2016

Vers op maat bij beeld 'Hanzebaken' van Marte Röling.
















Op deze zilte, krullende gaard,
Waarop een gulden of stalen tint
Noch het geruis of de klei bevaart
Of ’t vasteland aan den verre bindt,
Schudt Triton, zonder z’n vierspan,
‘t Godenvocht der schuimende zee,
Dat Midas zijn rijk niet roeren kan
En diens boot aflaat in ’n odyssee.

maandag 31 oktober 2016

Dichtstuk op maat bij Theo Jansen's 'Umerus Silent Beach'.















Vergane is des mensens wezen
En vlerken ontvouwen ’n kuil,
Wat heiligt is tot niets verrezen
En houdt de zondaren schuil;

Want elke wende dient de dood,
Doch als wind ’t leven ontvleest
Beweegt hij op korrel en stoot
De beendren van ‘t stille beest.

dinsdag 18 oktober 2016

Dichtwerk op maat bij tekening 'Burn Out' van Karl Meersman.





















Ter einden gelijkt deez’ rauwe hand,
Ofschoon niemand de asvlokkerij ziet
Van de krijgsman die is opgebrand
In wolken van doodstof en zielsverdriet,

Zal geen dit als wapenfeit erkennen
En zegepraalen met scharlaken vlag,
Want bezieling siert geen vleespennen,
Noch geeft zij vlam aan ‘n laatste dag.

donderdag 13 oktober 2016

Gedicht

Passage uit een ongeschreven elegie.


Verdoem ik alle lettren of ben jij ze waard?
Doch ’t is m’n pen die niet van jou kan blijven
En verdicht ik ‘n woord dat jouw wezen evenaart,
Leest de afloop maar in ‘n jammerlijk schrijven.
En welke lettergrepen mede ‘t slotrijm bepalen,
Niets herhaalt zich tot de zin jouwer persoon
Of echoot een woordenbrij in vastre vocalen,
Dan nog klinkt je aanzien niet in de juiste toon.
Hoe ik ook schrijf, verdicht of woorden zet -
Noch inkt of verstand kan zich naar jou vormen;
Ach, verdoem mij alle lettren van vers of sonnet
En laat mij gezegend voor de knaagwormen.