maandag 10 juni 2024
maandag 13 mei 2024
Sonnet uit manuscript Laudanum.
Aan Juliet
Puur was jij toen mijn oog op je viel,
Als arm wezen uit ‘t rijk aller dieren
Bewoog je om me even te plezieren,
Ofschoon je me trof in hart en ziel,
Want sedert die dag was jij van mij
En kon zelfs Pan ons niet scheiden
Op zijn verse, hemelwaartse weiden,
Zag zijn ogenpaar één in ons bei.
En thans overmant geen heidenhand
Jou tot wanneer je in angst verzandt,
Nee, thans leef je aan het minnevuur.
En in ‘t geloof dat ik jou zal hoeden
Voor vorst, klauw, smart en roeden -
Jou lief ik tot mijn allerlaatste uur.
maandag 29 april 2024
Gedicht op maat bij de Schellemolen in Damme.
Tuim’lende wieken van lucht en rood
Gaven spijs in de wit-torende romp,
Welke eertijds de verse maling bood
Van koren, en zo de honger bekromp
Tot ieders maag overvol was gevuld
Besloot Tijd om ‘t gevlucht te belagen,
Doch niets treft hier één’ge schuld -
Gestaag hoor je de fijnste wiekslagen.
maandag 15 april 2024
Dichterlijk maatwerk bij standbeeld Ambiorix in Tongeren.
Als verrezen uit een zuiderse
kroniek
Heeft men mij met moed overgoten,
Zo dat deze koning en zijn tragiek
Elke sage over zich hebben verstoten,
Doch aan de kijklustigen is het thans
Om de vlag te hijsen of mee te strijden.
Lauwert u mij met een zege en krans
Of valt u in hem als bezeerde heiden?
dinsdag 2 april 2024
Gedicht op maat bij foto van vogelopvangcentrum De Mikke in Nederland.
Allerhande vertellingen
doen de ronde,
Zo leefde ik al
eeuwen naast een godin,
Welke me voor haar wijsheid
verkondde
Of me aan Dood bond voor
eigen gewin,
Doch waar ik de vlerken
ook heb gespreid -
Op goddelijk reinkleed
of huidige zonden -
Voortdurend vloog ik
naar een vrijheid
En dat nest heb ik in
De Mikke gevonden.
vrijdag 15 maart 2024
Gedicht op maat bij het Geeraard de Duivelsteen in Gent.
Ofschoon uw ziel,
zwart gelijk uw haren,
De mythe binnen dit
steen doet bewaren
Ben ik alleen uit noeste
arrebeid gepuurd
En door veele, gulzige
blikken ommuurd,
Doch uw daden,
gespeend van goede wil,
Schilderden uiteindelijk
m’n beenderen kil
En vergrauwden m’n vel
tot wat thans rest:
Elks hongerig en versteend
ravennest.
zondag 3 maart 2024
Sonnet uit manuscript Laudanum.
Betuiging der minne
Had ik jou nimmer de
minne verklaard,
Dan was je beslist de
aarde ontstegen
Of meegevoerd door
een najaarsregen
Of tot onkruid
verkommerd in de gaard.
Had ik jou nimmer de
minne verklaard,
Dan had beslist iemand
jou gestolen
Of was je bedolven
onder zwarte kolen
Of bleef je schraal
in een kruik bewaard.
Had ik jou de minne
nimmer verklaard,
Dan prijkte je
silhouet op een zwaard
En vierde hij zege
met lauwer en roem,
Want generlei strijd
is waarlijk te vechten
Als je afzijn zijn
verlies doet beslechten,
Onverklaarbaar ben
jij voor mij als bloem.
.jpg)



