dinsdag 15 januari 2019

Dichtstuk op maat bij foto van Jitske Schols.





















Geen droome-spijs is mij gegeven
Al draag ik somtijds den nacht
En laat ik m’n haren het leven
Verweven zonder huiv’reklacht,
Valt mede ’t donk’re gewaad
Op schouders van bleke rivieren,
Dat ’t beeld op elke jacht verslaat
Om ieders oogenpaar te plezieren.

dinsdag 8 januari 2019

Dichtstuk op maat bij werk van Femke Hiemstra.


Ofschoon ik word gedragen
Door een kleine, wane stoet
Lijkt het afzijn mijner dagen
Bij dezen niet onbebloed;
Draag ik het witte gewaad
Horizontaal en onbevreesd,
Want niet langer is de daad
Niet gegeven door m’n geest.

donderdag 20 december 2018

Vers op maat bij tekening van Sylvie Overheul.

Hoe sierlijk fraai bewogen
Draai ik welig in het glas
Dat tot de rand is overtogen
Met m’n Oosters bleek gewas,
Bloost mijn bloesemkleed
Tegen het verstilde water af
Waardoor geen dropp’len leed
Me verdrinken in een graf

woensdag 12 december 2018

Voor ***


Noteer het thans, melieve, dat ik jou min,
Alvorens je verdwijnt in een mistig spoor;
Zo beperk je schade op mijn gewetenszin
En gaat geen geestbui of hartsnik teloor.

Noteer het hier, onder jouw prille huid,
Want het harte is wat jou zekerheid biedt,
Als booswicht Twijfel zijn klepele luidt
En jouw denkkist met z’n klank overgiet.

En noteer het diep, in jouw geheugen,
Want als de herinnering me heeft gekeeld,
Blijf je me toch in een verleden heugen,
Als mijn doodstof jouw litteken streelt.

Zowel thans als hier, dat ieder ’t lezen kan,
Noteer: Ik was zijn vrouw en hij mijn man.

donderdag 6 december 2018

Gedicht op maat bij werk van Elise van der Linden.













Veele zielen heb ik zien vergrauwen,
Veele schreeuwen en éénig gelach
Konden in mij hun steene bouwen,
En gingen bij dag niet overstag.

Doch hoe het bloed ook vliedt
Zij ‘t van een vrouwe, beeld of zon,
Droppels van bestendig verdriet
Vinden in ieder een wellende bron.

Ja, veelen heb ik doen vergrauwen,
Veele lachen, maar één geschreeuw
Kon in mij haare dag bouwen -
Niet voor ‘n steene, doch voor ’n eeuw. 

maandag 26 november 2018

Sonnet voor daklozen.


O, Brussel, stad van mijn stille hart,
Hoe maak ik u mijn haat bekend,
Het enige talent dat ik heb aangewend,
Nu de dakloze in mij zichzelve tart?

En ik schrijve ‘u’, niet als compliment,
Doch omdat ik u vol in de kleren draag,
Waardoor gij op honderdmaal de vraag
Als roest het blijvende antwoord bent.

Of schoffeer ik m’n donker aangezicht
En blijft u onvindbaar voor elk levenslicht -
Vuil voor de oorschelp en ieders oogbal?

Ach, zo zal ’t weze, want hoe het ook zij,
Luidt gij liefdevol dat stille hart van mij
Ofschoon u ’t slaan ervan nimmer horen zal.

zondag 18 november 2018

Dichtstuk op maat bij kunstwerk van Eddy Roos.















Ofschoon door de winden gedragen
Minnen we mekaar als nooit tevoren,
Zodat ‘t lijkt alsof we elk welbehagen
Van de vier luchtkoningen bekooren,
Verzinken jouwe lippen met de mijn
En ontstaat er geen schaduwbeeld
Van hetgeen één liefde ooit kan zijn,
Daar ze ons niet in ‘n tweevoud deelt!