vrijdag 17 mei 2019

Gedicht op maat bij stilleven van Jos van Riswick.



Als uit heem’len vergoten,
Doch werelds van roode vacht,
Stemmen deez’ kersenooten
Het penseel tot divine kracht
En zo beeldt hij vaardig uit -
Hoe natuur en kunde scharen
En kiem vinden in dit fruit,
Door aardse handen gedragen.

donderdag 9 mei 2019

Dichtstuk op maat bij werk van Gabriel Lester.















Door de jeugdige wingerdranken
En langs duinrozen hunne zielen
Kan ik natuur minzaam danken,
Welke voor mij komt te knielen.
En hoort men me somtijds suizen
Of speel ik door haren van ‘n kind
Waar ik de ogen van de huizen,
Hun blikken streel met zacht’re wind.

maandag 22 april 2019

Vers op maat bij schilderwerk van Frank van Hemert.




















Statiglijk buigt het avond-dalen
Zich gestaag om de laatste schijn
En komt hij de klaartes halen,
Welke in dit rijk gevallen zijn.
En dan rusten was en blommen,
Alvorens ze trug fleuren zij aan zij,
In het hart aller natuurdommen
En vereeuwigd in dit schilderij.

maandag 8 april 2019

Dichtstuk op maat bij foto van Natuur en Bos.


Vanuit den azuuren hemel
Laat zon h’r gulden straalen,
Ver van ’t steenen gewemel
Op natuur hier nederdalen
En in ’t smaragden gewaad
Liggen bloemen en boomen,
Waar rust zich achterlaat,
Ik diens adem voel stroomen.

dinsdag 26 maart 2019

Vers bij werk van Charlotte Caspers.





















In de lucht hangt vergrijsd
Een tijd die laaft en spijst,
Waar vleug’len zich roeren
Op den winde laten voeren,
Wacht ik onder het leed
In mijn wond’re donskleed
Van klappergoud en veed’ren
Op wat me kan verteed’ren.

woensdag 13 maart 2019

Dichtstuk bij Beneath The Water van Barbara Nanning.



Alweder doet zij kunst verhalen,
Ditmaal door de fraaiste der koralen

Heeft ze mij geboetseerd als was -
En met vingers van prinseslijk glas

Begon ze mijn ziel te verzinnen
En sprak ginds de zeemeerminnen:

Til haar zo op ‘n hymne naar boven
En zij zal ‘t schoon een stilleven beloven.

vrijdag 1 maart 2019

Vers op maat voor lifestyle magazine koffieTcacao.


















O goud, rijp van boon,
Tiert gij weelig in de tas,
Als ’t sap van een kroon,
Gedragen door Midas,
Lijkt gij op ieders palet
In den morgen of in nacht
Het zwarte praalboeket
Welk elk uure verzacht.