woensdag 11 juli 2018

Vers n.a.v. Carolien Sikkenk's foto-expositie BOLD.





















Niet enkel prijkend in steen of linnen,
Zoals ‘t een kunsthoeder steeds betaamt
Laat ik evenwel de schoonheid minnen
Met de kroon van ‘t prinseslijk geraamt’.
En geen euv’lenhuiver of schaduw smet,
Noch taant Tijdsvuur de lichtende kracht,
Welke op ieders aanschijn, in elk portret
Het zegevier’ van de heling opensmacht.

donderdag 28 juni 2018

Dichtwerk op maat bij Fiona Tan's Nellie 2013.


Te rade in een jammerlijk verleden
Ging ik met bloeme, doch onbevrucht
Restte mij de vraag en niet de reden,
Waarom je liefdesmoede bent gevlucht?

Niet meer dan jouw onleesbaare blik:
Mijn eeuw'ge gezel op het papier -
Jouw plotse daad, m’n sluipende schrik
Ligt ten grave in mijn handen hier.



dinsdag 12 juni 2018

Dichtstuk op maat bij Nederlandse staatsieportretten van Urban Larsson.













Hoofse draagers van alle boden,
Rein geborsteld uit mijn penseel
Om ’t hoopvolk en hunne noden
Te dienen met erve of plukjuweel;
En hoewel geen vlaggen cascaderen
Of geen tulpen worden ingebed,
Blijf ik de bloem Oranje eeren
Als één in dit tweeledig portret.

maandag 28 mei 2018

Vers op maat bij schilderij 'Vader' van Henk Helmantel.




















Ofschoon ik jou heb gevangen
In deez’ beeltenis bij schemering,
Viel kommer over jouw wangen,
Gelijk een droefte die vrijuit ging
Over jouw vlees en jouw kleren -
Verkavelt moeder’s afzijn jou nog?
Ach vaderlief, laat je niet bezeeren,
Geloven dat ze elders is, is zelfbedrog.

zaterdag 12 mei 2018

Vers op maat bij nieuw werk van Piet Paris - expositie 19 mei in Naarden, NL.




















Haare hals werpt zomerse vruchten op -
Wat bloesembollen vol zoetige geuren
Dollen met de goudsbloem haare knop
Terwijl meloenenbriesjes hen kleuren
En ‘t blaadje lijkt met den winde mee
Vredig te vaaren naar de Davids-toren,
Doch blijft hier en rijpt van lieverlee
Teneinde mens’ oogenpaar te bekooren.

woensdag 2 mei 2018

Gedicht op maat bij foto van Viviane Sassen.





















Hoe vlijm’ somtijds penseelen
Of hoe diep een gebeitelde huid,
Rijmvuur kan niemand keelen,
Noch dooft ’n portret de adem uit.

Voorwaar! Kunst leeft en heelt
Iedre weduwe of begeerende man,
Want weder toont ze in dit beeld
Dat zij nimmer roodbloeden kan.