dinsdag 11 september 2018

Jouw aanschijn.


In ‘n veldboeketje zag ik jouw aanschijn,
Hoe volmaakt geef jij het evenbeeld weer
Van rozen, viooltjes en één plantenveer:
Een deugd ben jij hier in dit beeldfestijn!

Viooltjes spelen om beide jouw wangen
En ‘n rozenknop vult ’t kuiltje van je kin,
Zo dat ik niet alleen de mooiigheid min
Van ‘t landschoon dat in jou is gevangen.

Doch, ‘k vrees wanneer de blauwe lucht
Zijn weide met kwade wolken bevrucht,
Dat de teelt met onweer wordt besmet.

O, God verhoede dat geen jouw aanschijn
Schoffeert met droppels van ‘n kil venijn
Of verkaalt tot een decemberboeket.


zondag 2 september 2018

Dichtstuk bij Giovanni Dalessi's 'Margaretha'.



















Meisje-lief, waarom voert gij strijd?
Als woudkinde uit de blauwe adeldom
Lijken mede uw wangetjes beschreid
Door blaadjes van de oranjeblom.
Of heeft Faun het zilte nat gekozen
En zweert gij wraak na zijn afvaart?
Ach, enkel overgaaf in dit minnekozen
Zal 't gevest doen zinken van 't zwaard.



zondag 19 augustus 2018

Gedicht bij werk van Lara Schnitger.
























Zowel eed’le vrouwe als raggenmeid
Vonden troon in mijn houtrige geest,
Die hun fortuinen of gepijnde spijt
Met kant of lompen hebben bevleesd.
Doch treurt niet, geen zal vergeeten
Wat meelij van de koperkop scheidt,
Want gestoeld op een aards geweten
Is mijn onsterfelijke hoedanigheid.

donderdag 2 augustus 2018

Vers op maat bij White Landscape van Jan Cremer.





















Eénge blommen in purpren vacht
Torenen bont over het melkige land,
Waar des winters aanblik hen wacht,
Bewaaren vlokkerij en vrieze stand.
En over de heuvel lonkt ‘n hemeldoek,
Wat brandhoutslierten lispelen praal,
Niet door kou want geen zon is zoek
Doch omdat ze leven in dit verhaal.

woensdag 25 juli 2018

Dichtstuk bij Citizen, Miami, 2016 van Anita Groener.
















Gelijk het mensdom is beschoren,
Allengs te vervaagen op deez’ aard,
Echoën we ‘t beurtgezang in kooren
Dat ons van ’t zonne-gedaal klaart,
Want hoe schriele ook onzen duur
Of waar de zielehouder ook schaart,
Resten we op de aadren der natuur
Zolang ‘t bloed naar z’n bronne vaart.   

woensdag 11 juli 2018

Vers n.a.v. Carolien Sikkenk's foto-expositie BOLD.





















Niet enkel prijkend in steen of linnen,
Zoals ‘t een kunsthoeder steeds betaamt
Laat ik evenwel de schoonheid minnen
Met de kroon van ‘t prinseslijk geraamt’.
En geen euv’lenhuiver of schaduw smet,
Noch taant Tijdsvuur de lichtende kracht,
Welke op ieders aanschijn, in elk portret
Het zegevier’ van de heling opensmacht.

donderdag 28 juni 2018

Dichtwerk op maat bij Fiona Tan's Nellie 2013.


Te rade in een jammerlijk verleden
Ging ik met bloeme, doch onbevrucht
Restte mij de vraag en niet de reden,
Waarom je liefdesmoede bent gevlucht?

Niet meer dan jouw onleesbaare blik:
Mijn eeuw'ge gezel op het papier -
Jouw plotse daad, m’n sluipende schrik
Ligt ten grave in mijn handen hier.