vrijdag 15 maart 2024

Gedicht op maat bij het Geeraard de Duivelsteen in Gent.

 













Ofschoon uw ziel, zwart gelijk uw haren, 

De mythe binnen dit steen doet bewaren

Ben ik alleen uit noeste arrebeid gepuurd

En door veele, gulzige blikken ommuurd,

Doch uw daden, gespeend van goede wil,

Schilderden uiteindelijk m’n beenderen kil

En vergrauwden m’n vel tot wat thans rest:

Elks hongerig en versteend ravennest.


zondag 3 maart 2024

Sonnet uit manuscript Laudanum.


 Betuiging der minne

 

 

Had ik jou nimmer de minne verklaard,

Dan was je beslist de aarde ontstegen

Of meegevoerd door een najaarsregen

Of tot onkruid verkommerd in de gaard.

 

Had ik jou nimmer de minne verklaard,

Dan had beslist iemand jou gestolen

Of was je bedolven onder zwarte kolen

Of bleef je schraal in een kruik bewaard.

 

Had ik jou de minne nimmer verklaard,

Dan prijkte je silhouet op een zwaard

En vierde hij zege met lauwer en roem,

 

Want generlei strijd is waarlijk te vechten

Als je afzijn zijn verlies doet beslechten,

Onverklaarbaar ben jij voor mij als bloem.