maandag 26 november 2018

Sonnet voor daklozen.


O, Brussel, stad van mijn stille hart,
Hoe maak ik u mijn haat bekend,
Het enige talent dat ik heb aangewend,
Nu de dakloze in mij zichzelve tart?

En ik schrijve ‘u’, niet als compliment,
Doch omdat ik u vol in de kleren draag,
Waardoor u op honderdmaal de vraag
Als roest het blijvende antwoord bent.

Of schoffeer ik m’n donker aangezicht
En blijft u onvindbaar voor elk levenslicht -
Vuil voor de oorschelp en ieders oogbal?

Ach, zo zal ’t weze, want hoe het ook zij,
Luidt gij liefdevol dat stille hart van mij
Ofschoon u ’t slaan ervan nimmer horen zal.

8 opmerkingen:

Plaats reactie